Historie van Kaapstad - Zuid-Afrika

 

Historie van Kaapstad - Zuid-Afrika

 

Historie van Kaapstad - Zuid-Afrika

Museums 

 

Historie van Kaapstad

 

  • Introductie

  • De Portugezen

  • Jan van Riebeeck

  • Simon van der Stel

  • Architectonische erfenis

  • Britse overheersing

  • Een nieuw tijdperk

  • Oorlog en apartheid

 

Museums in Kaapstad en omgeving


  • Lijst met museums

  • Adressen

  • Contact details

  • Websites


Introductie

 

Lang voordat het feitenlijke Christelijke tijdperk hier begon leefden er al diverse menselijke bevolkingsgroepen in de Cape Peninsula en de Western Cape. Ze overleefden voornamelijk door toepassing van de jacht, de visserij en het verzamelen van zowel eetbare planten als wortels. Dit waren de oorspronkelijke voorvaderen van wat de huidige Khoisan mensen, de Bushmen (San) en de Hottentot (Khoikoi) zijn.

 

Early Trade, Kaapstad, Zuid-Afrika 

De Bushmen waren voornamelijk jagers en verzamelaars, ze leefden in kleine groepen van pakweg 20 personen op basis van een wisselende samenstelling. Zij waren echter vrij mobiel, dit vooral vanwege de afhankelijkheid van de aanwezigheid van wild met als gevolg dat ze verspreid waren over een vrij groot gebied. Echter de Hottentots, in vergelijking hiermee, waren voornamelijk herders langs zowel de oevers van de Oranje Rivier, de grensrivier tussen Zuid Afrila en Nambia, als de kuststrook die zich uitstrekte van Nambia rond het Kaapse Schiereiland tot aan de Eastern Cape. Van beide groepen wordt verondersteld dat ze langzamerhand zuidwaards zijn getrokken, dit in een vroeger stadium dan de Bantu sprekenende bewoners wier voorvaderen voornamelijk in het verre Noorden leefden. 

 

Voordat de Nederlanders zich in de Kaap vestigden, dreven de Hottentots handel in vee en dagga (marihuana) met de Bantu sprekende buren en in mindere mate, ijzer en koper. Na de vestiging van de eerste Europeanen verkochten ze hun vee in ruil voor tabak en traden vervolgens min of meer op als tussenpersoon t.a.v. de handel tussen de Europeanen aan de ene kant en de Xhosa stammen uit het Oosten aan de andere kant.


De superioriteit van de Europeanen was hoofdzakelijk de reden waarom de Hottentots niet alleen hun land maar tevens hun vee en de handel verloren. Tot tweemaal toe verslagen in de veldslagen van 1713 en 1755, en gedecimeerd door de pokken verloren ze uiteindelijk hun gehele eigen identiteit als een onderscheidende, culturele groep. Het aangaan van gemengde huwelijken met zowel slaven als andere stammen leidde tot het ontstaan van de kleurlingen in de Kaap.

 

De Portugezen

 

Bartholomeus Dias, Kaapstad, Zuid-Afrika 

Sinds de eerste vermeldingen van de ontdekking van de Kaap hebben zeelui uitgekenen naar een teken van de majestueuse Tafelberg, het niet te missen baken van veelbelovende gastvrijheid aan een van de drukste commercieele handelroutes ter wereld. Echter de kennis van het bestaan van Kaapstad was niet onmiddelijk reden om zich hier te vestigen. 

 

In 1487 vertrok de Portugese zeeman Bartholomeus Dias met als doel, het vinden van een zeeweg naar het verre Oosten. Al zeilend langs de westkust van Afrika werden zijn schepen geconfronteerd met een verwoestende storm wat hun meer zeewaarts deed drijven, daardoor weg van de kust. Nadat de storm was geluwd vervolgden ze hun weg in een oostwaartse richting, in de veronderstelling dat de kustlijn, hun richtsnoer, spoedig weer op zou komen dagen. Na een aantal dagen van vruchteloos zeilen, zonder enig teken van aanwezigheid van land, besloot men om de koers in een meer noordwaarts richting te veranderen. Resulterend in het uiteindelijk bereiken van de kust, bij de monding van de Gouritz rivier aan de oostkust van Afrika, op 3 februari 1488. Dias en zijn bemanning waren de eerste Europeanen in de boeken die de Kaap hebben gerond, alhoewel geheel onwetend.

 

Het wordt algemeen aangenomen dat het Dias is geweest die het schiereiland Cabo Tormentosa (Cape of Storms) heeft gedoopt. Deze naam is in een later stadium veranderd in Cabo de Boa Esperanca (Kaap de Goede Hoop), verwijzend naar het feit dat het ronden van de Kaap nieuwe hoop deed opleven dat een route over zee naar het verre Oosten mogelijk was. Een volle tien jaar later voltooide Vasco da Gama de route over zee van Portugal rond de Kaap naar India, wat uiteindelijk de begeerde handelsroute tussen Europa en het verre Oosten bewerkstelligde.


Antonio de Saldanha was de eerste Europeaan die afmeerde in de Tafelbaai. Hij beklom de reusachtige berg in 1503 en noemde hem „De Tafelberg“. Het grote kruis wat de Portugese zeevaarder in de rotsen van Lion“s Head heeft uitgekapt kan daar vandaag de dag nog steeds teruggevonden worden.

 

In 1580 rondde Sir Francis Drake de Kaap met zijn schip genaamd „The Golden Hind“. De ongereptheid en adembenemende pracht van het schiereiland bracht hem ertoe om het volgende op schrift te stellen: „Deze Kaap is groots en statig, de mooiste Kaap binnen de omtrek van de gehele wereld“. 

Vasco Da Gama, Kaapstad, Zuid-Afrika 

 

Honderd en zestig jaar nadat het voor het eerst werd ontdekt maakte het Kaapse Schiereiland nog steeds deel uit van

de oertijd van Afrika, nagenoeg onaangetast door de handelsstromen die langs zijn zuidelijke kusten voerde. Na vertrek vanuit Europa waren de vroegere zeevaarders te gretig om het verre Oosten te bereiken. Op de terugreis had men weinig geduld en keek uit naar de verwachtte winsten die konden worden gemaakt in de Europese havens. In het voorbijgaan lieten de schepen post achter onder gemerkte stenen, bestemd voor andere schepen die ze terugvonden en vervolgens verder transporteerden. Deze zogenaamde: - postkantoor stenen – kunnen nog steeds gevonden worden in uitgravingen en soms holle boomstammen. Een interessante collectie van deze stenen bevindt zich in het Zuid Afrikaanse museum in Compagnie tuinen in Kaapstad.

 

Jan van Riebeeck

 

Jan van Riebeeck, Kapstad, Zuid-Afrika 

In 1652 besloot de Verenigde Oost Indische Compagnie (V.O.C.) om uiteindelijk toe te geven aan de vele verzoeken en aanbevelingen, van de diverse scheepsofficieren, om een verversingspost op te richten bij de Tafelbaai. Onder leiding van de drie en twintig jarige Jan Antony van Riebeeck werden drie kleine schepen, de Dromedaris, de Reijger en de Goede Hoop naar de Tafelbaai gestuurd teneinde hier, dicht bij de kust, een bolwerk op te richten. Hun doel was om naast het verbouwen van groenten en fruit, vee met de Hottentot stammen te ruilen. Een ziekenhuis te bouwen en het tevens opzetten van een werf waar de schepen konden worden gerepareerd. Jan van Riebeeks eerste fort, naderhand vervangen door het bestaaande Kasteel, was het eerste gebouw in Kaapstad.

 

De zeventiende eeuw was een Gouden Eeuw voor de Republiek der Nederlanden. Hun kooplieden waren de meest succesvolle zakenlieden in Europa. De Verenigde Oost Indische Compagnie was de grootste handelsonderneming ter wereld en bezat soevereine rechten in zowel het verre Oosten als in Kaap de Goede Hoop en groeide vervolgens, in het midden van deze eeuw, uit tot Europa’s meest dominante zeemogenheid in Zuid West Azie. De zeevloot bestond uit pakweg zo’n 6000 schepen en deze werden bemand door nagenoeg 48 000 zeelui. 

 

De Kaap maakte deel uit van het Oost Indische imperium van de Verenigde Oost Indische Compagnie, gevestigd in Batavia op Java en viel daardoor direct onder het bestuur van de gouverneur-generaal van Oost Indie. Vanaf 1672 had de Kaap zelf een gouverneur maar bleef echter, tot het einde van het bestaan van de Compagnie in 1795, onder beheer van Oost Indie.


Vanaf de Tafelbaai strekt het Kaapse Schiereiland zich zuidwaarts uit, een lange, smalle verzameling van hoogland varierend in breedte van plus minus 5 tot 11 km, tot waar het zich uiteindelijk geleidelijk toespitst tot een hoog vooruitstekend deel, Cape Point genoemd, bijna 48 km verwijderd. Slechts in de nabijheid van de Tafelbaai en langs de oostflank van de bergen, zover als Valsbaai, werden er grotere gebieden van relatief laag niveau geschikt bevonden voor vroege vestiging. De Kaapse vlakten, die de verbinding vormen tussen het Kaapse Schiereiland het binnenland van Zuid Afrika, waren gedurende die tijd bedekt met zandduinen en duinvegitatie. Holtes tussen de duinen stroomden iedere winter over ten gevolge van de overvloedige regenval. Een aantal van de grootsten, zoals bijvoorbeld Princess Vlei, bleven echter het gehele jaar door als meer bestaan. Hier hielden zich de hippopotamus’ (zeekoeien) op, de naam Zeekoevlei verwijst hier nog duidelijk naar.

 

De goederenweg was in gebruik bij de houtkappers om de berghellingen van Newslands en Kirstenbosch, waar zich uitgestrekte boomgroei bevond, te bereiken en was tevens de eerste weg die werd geopend door de Europeanen die zich hier hadden gevestigd. De bebossing van Oranje Kloof werd evenwel iets langer ontzien dit mede vanwege de mate van onbereikbaarheid, echter de houtkappers begonnen ook spoedig hierna onderaan in de vochtige vallei met hun werk. Vanaf de nabijgelegen ankerplaats bij Oranje Kloof, wat Houtbaai werd genoemd, werd het hout verscheept rond de berg naar Tafelbaai. De bebossing op het schiereiland, wat nooit algemeen voorkwam, overleefde zelden een generatie. Alhoewel momenteel opnieuw op grote schaal gebieden met boomgroei op de berghellingen voorkomen, zijn het nu echter voornamelijk uitheemse soorten.  Wagon Road, Kaapstad, Zuid-Afrika 

De diepe, leemachtige gronden van de Liesbeek Rivier vallei leverden voortreffelijke resultaten op na proefoogsten met tarwe, haver en gerst en dit leidde er vervolgens toe dat het graanproductiebedrijf van de Compagnie in 1657 hierheen werd verplaast. Een groot graanpakhuis, genaamd De Schuur werd gebouwd naast een bossage van doornbomen, een plek wat in die tijd bekend stond als Rondedoornbosjen en vandaag de dag als Rondebosch. Een herenhuis „Groote Schuur“ genaamd is in 1896 gereconstrueerd op dezelfde plaats en dit is een buitengewoon bijzonder goed voorbeeld van de oude Kaapse architectuur. Het was in gebruik als residentie van de vroegere eerste minister Cecil John Rhodes en is door hem nagelaten als officiele residentie voor de eerste minister van Zuid Afrika.

 

Teneinde de oogsten van de Compagnie aan te vullen werd een aantal van de knechten de vrijheid gegeven om zich als onafhankelijke boeren te vestigen in een gebied wat heden ten dage bekend staat als Rondebosch. Van Riebeeck zelf werd eigenaar van een landgoed verder stroomopwaarts op een heuvel, voornamelijk begroeit met hout en daardoor Bosheuvel genoemd, het huidige Bishopcourt, waar hij in 1658 een uitgebreidde wijngaard aanplantte, de eerste in Zuid Afrika. Van Riebeeck droeg het bestuur van de kolonie over aan Zacharias Wagenaar in 1662 en keerde vervolgens terug naar zijn geboorteland.

 

Gedurende de tijd van Wagenaars beheer werd er een nieuwe vestigingsplaats uitgekozen voor een sterker fort. In 1666 werden de fundamenten gelegd voor het huidige Kasteel. Het bouwplan bestond uit een vijfster (pentagon) en de soldaten van de Compagnie werden hier ingekwartierd vanaf 1674. Zo rond 1667 richtte de Compagnie een nieuwe veeboederij op aan de ander kant van de Tafelberg dichtbij Houtbaai.


Simon van der Stel


Simon van der Stel, die als gouverneur werd aangesteld in 1679, was voorbestemd om een buitengewoon bepalende invloed uit te oefenen op de Kolonie en dit gedurende een periode van meer dan 20 jaar. Hij vergrootte en verfraaide van Riebeeck zijn tuinen en bouwde een „slavenhuis“ (het huidige Cultureel, Historische Museum) bij de ingang. Het was gedurende de tijd van het bestuur van Gouverneur Simon van der Stel dat de Hugenoten, die uit Frankrijk waren verdreven als gevolg van het herroepen van het Edict van Nantes, arriveerden vanuit Holland. Er waren er slechts 200 en dit kleine aantal paste zich vrij snel en makkelijk aan binnen de Nederlandse bevolking. Het land dat de Verenigde Oost Indische Compagnie uitgaf aan Simon van der Stel strekte zich uit van Muizenberg tot de bergen van Steenberg en vervolgens tot aan Wijnberg. Hij veranderde dit grote, uitgestrekte gebied in vruchtbare grond, plantte pakweg zo’n acht duizend bomen en ontwierp en bouwde in 1685 het meest statige herenhuis van de Kaap, Groot Constantia (genoemd naar zijn vrouw, Constance), waar hij leefde tot aan zijn dood in 1712. Groot Constantia is nog steeds een van de meest favoriete bestemmingen voor toeristen die de Kaap bezoeken. De naam van het landgoed is een synoniem voor het gehele Constantia gebied en hun wijnen wonnen zelfs kenners als de koningen van Frankrijk over. Simon van der Stel is daarnaast de stichter van Stellenbosch, Drakenstein en Franschhoek en tevens verantwoordelijk voor het bouwen van de vele bekende hofsteden in de Kaap. Spoedig hierna vestigden zich meer boeren in het gebied rond Constantia dit voornamelijk langs de rivieren, niet zonder pretentie genoemd, Spaanschemat en Diep Rivier alsmede op gronden buitengewoon geschikt voor wijnbouw. Ten westen van de bergen werd in 1681 Kronendal, in de Houtbaai vallei, toegekend aan een andere ondernemende burger en een goederenweg hier naartoe over Constantia Nek werd twaalf jaar later geopend.


De oudste zoon van Simon van der Stel, Willem Adriaan van der Stel, die hem tevens als gouverneur opvolgde, voegde een museum toe aan de tuinen en bouwde tevens een specifiek huis (momenteel Government House) voor het ontvangen van gasten. Ook bouwde hij Nieuweland (op een plaats, vandaag de dag in gebruik als Newlands House) waar hij een geheel nieuwe tuin realiseerde. Dit verving in een later stadium Rustenburg, wat diende als vaste residentie voor opeenvolgende gouverneurs, de bijzondere tuinen werden niet zelden opgevoerd/vermeld in de geschriften van bezoekers die de Kaap in de achttiende eeuw bezochten. Ook stichtte Willem Adriaan van der Stel het Vergelegen wijnlandgoed, waar hij een herenhuis bouwde en 500 000 wijnranken plantte, alsmede grote boomgaarden en korenlanden. De veekuddes bestonden uit 800 koeien en 10 000 schapen. Gegeven het feit dat de Gouverneur met zijn goederen handel dreef met schepen in de haven leidde tot een conflict met andere boeren, wat uiteindelijk resulteerde in het terugroepen van hem naar Holland en het verbeurt verklaren van zijn landgoed. De Verenigde Oost Indische Compagnie, wat het hoogtepunt van zijn macht bereikte gedurende het gouvernerschap van de van der Stels begon af te takelen, dit voornamelijk vanwege de Engelse en Franse concurrentie op de oosterse markten.


In 1737 vergingen acht schepen, in een en dezelfde storm, in de Tafelbaai en meer dan 200 mensen verloren hun levens. In I 773 liep een schip genaamd „De Jonge Thomas“ tijdens een sterke storm op de pierhoofden. Alhoewel met een bemanning van 200 mensen aan boord, werd er door de bestuurders van de Compagnie geen enkele poging ondernomen om ze te redden. Woedend vanwege deze ongevoeligheid leende een oude man, Wolraad Woltemade, een paard, trotseerde de golfslag en dreef het paard naar het gedoemde schip. Tot acht maal toe maakte hij de tocht en redde op die manier 14 mensenlevens, echter tijdens zijn laatste tocht verdronk hij zelf. Uiteindelijk bleef er niets anders over voor de Compagnie dan een andere „winter“ haven in Simons Baai ( het huidige Simons Town) op te zetten. Genoemd naar Simon van der Stel die in 1657 de baai opmat, de schepen waren veilig hier in de luwte van de hooglanden van het Schiereiland.

 

Bouwkundige erfenis

 

Historie van Kaapstad, Zuid-Afrika

Toen 

 

Historie van Kaapstad, Zuid-Afrika

Nu

Het is inderdaad een gelukkige omstandigheid dat drie mannen met buitengewone bouwkundige kwaliteiten zichzelf terugvonden in Kaapstad. Anton Anreith, een jonge beeldhouwer en houtsnijder van Freiburg, arriveerde in Kaapstad in 1777 als soldaat van de VOC. Vier jaar later verscheen Michel Thibault, een Parijse architect op het toneel als officier, deel uitmakend van een Frans garnizoen. 

 

 

 

In 1789 werden ze verenigd met Hermann Schutte, een jonge architect en aannemer uit Bremen. Het trio vestigde zich in de Kaap en het is aan hun invloed te danken dat de periode van welvaart en bouwactiviteiten in zowel de stad als op het platteland, wat erg opvallend was in de late 18th en vroege 19th eeuw , ons een zo rijke erfenis aan bouwkundige meesterwerken heeft nagelaten.

 

De Britse overheersing

 

Geleidelijk aan begon de kleine vestiging in de Tafel vallei de kenmerken van een stad te vertonen. Er werd niet langer naar verwezen als Cabo de Goede Hoop, De Caab of De Kaapse Vlek, maar gedurende het laatste kwartaal van de achttiende eeuw verwierf het de naam van De Kaap of Kaapstad.

 

Gedurende de oorlog tussen Engeland en Holland (1780 - 1783) zeilde een Britse vloot naar de Kaap om het in bezit te nemen ze werden echter door de Fransen aangevallen en buiten gevecht gesteld. De Fransen zetten vervolgens twee regimenten aan land in de Kaap om de Nederlanders te helpen om de Kolonie te verdedigen. Een deel van het grote ziekenhuis aan de rand van de stad werd hun toegewezen en deed dienst als barak. Na 1795 was het gehele gebouw in gebruik bij de troepen en de aangrenzende Ziekenstraat raakte, heel toepasselijk, bekend als Barrack Street, een naam die het nu nog steeds voert.

Toen de oorlogszuchtige legers van Frankrijk Holland binnenvielen ontsnapte Willem van Oranje naar Engeland en gaf opdracht dat de Kaap tijdelijk overgedragen moest worden aan de Engelsen als bescherming tegen de Fransen. Als gevolg hiervan arriveerde in 1795een Britse vloot in Kaapstad. De Nederlanders verzetten zich maar na een korte strijd (de slag van Muizenberg) gaven ze op vanwege de overmacht.

 

De verandering van gezag bracht diverse veranderingen met zich mee die velen reeds lang noodzakelijk achtten. Veel van de alleenrechten en andere beperkingen, waarmee de VOC zijn eigen geldelijke belang verdedigde, ten koste van de kolonisten, werden afgeschaft. Het groot garnizoen schiep een goede markt voor producten van de boerderijen en de dorstige klanten voor de huizen die Kaapstad al een reputatie hadden gegeven als, de Kroeg bij de Zee.

 

De Engelsen behielden hun bezit tot 1803, toen de Kolonie werd afgestaan aan de Nederlanders als gevolg van de voorwaarden van het verdrag van Amiens. Binnen drie maanden na teruggave van de Kolonie brak er opnieuw een oorlog uit tussen Engeland en Holland . In 1806 liet een vloot van eenenzestig schepen hun anker vallen bij Robbeneiland en 6 000 soldaten kwamen bij Blauwberg aan laand.

 

De slag bij Blauwberg volgde en de Nederlandse weerstand brokkelde snel af. In 1804 werd de Kolonie formeel afgestaan aan Engeland door een overeenkomst waarbij de Nederlandse schepen het recht verwierven om vrijuit Kaap de Goede Hoop als toevluchtsoord te gebruiken in geval van het innemen van verversingen en of reparaties.

 

In 1814 werd Lord Charles Somerset benoemd tot gouverneur en het jaar daarop opende hij de eerste dienst voor pakketpost tussen Engeland en Kaapstad. Dit was het begin van de verbinding van de Union-Castle Company met Zuid Afrika. De Union en de Castle Lines gingen in 1900 in elkaar op.

 

Buiten de stad vormden zich rond kerken en herbergen langs de weg naar Valsbaai nieuwe satelietdorpjes. Aan de oostelijke kant, aan de voet van Wijnberg Hill, lag het dorp Wijnberg. Met zijn witte, rietgedekte huisjes, gelegen tussen de tuinen en fruitbomen deed het sterk denken aan de atmosfeer van een Engels plattelands dorp en was voor kortere tijd een favouriete verblijfsplaats voor ambtenaren van de Britse Oost Indische Compagnie die op krachten kwamen in de Kaap.

 

In Simon’s Baai begon een omvangrijk vissersdorp zich verder uit te breiden. Er was een walvisstation gevestigd, een residentie gebouwd en de groeiende nederzetting had de naam Simon’s Town aangenomen. Het marineonderkomen was in 1814 van de Tafelbaai hierheen verplaatst en het had zich een atmosfeer eigen gemaakt die meer deed denken aan Portsmouth of Plymouth dan aan de specifieke karakteristieken van de Kaap.

 

In 1824 werd de eerste krant van Kaapstad, The Commercial Advertiser, gepubliceerd. Het was gedrukt in zowel het Engels als in het Nederlands. In 1830 legde Sir Lowry Cole de eerste steen voor de fundering van St. George’s Church, tegenwoordig St George’s Cathedral, en de eerste Engelse kerk in Zuid Afrika.

 

Het eerste burgelijke ziekehuis in Zuid Afrika werd gebouwd aan de westelijke kant van de stad, grotendeels onder de algemeen bezielende leiding van Dr. Samuel S. Bailey, een marinechirurg die had gediend onder Admiraal Lord Nelson tijdens de slag om Trafalgar. Naderhand vergroot was het bij een latere generatie bekend als het oude Somerset Hospital.

Er werden tevens scholen opgericht en in 1829 werd het South African College geopend in Long Street. In 1841 werd een gebied aan het boveneind van de Gardens afgestaan aan het College.

 

Een van de eerste taken die Sir Benjamin D’Urban, die in 1834 tot gouverneur was benoemd, uitvoerde was het van kracht laten worden van de wet op de vrijlating van de slaven die in 1833 door het Britse parlement was aangenomen. Ongeveer 39 000 slaven, hoofdzakelijk in het westelijke gedeelte van de Kolonie, verkregen hun vrijheid. De Britse regering zorgde echter niet voor een afdoende schadeloosstelling voor de eigenaars van de slaven en velen vielen terug van welvaart naar faillissement.

 

Het nieuws van de aanval door de Bantu stammen aan de oostelijke grens van de Kolonie bereikte gouverneur D’Urban tijdens een feestelijke bijeenkomst op oudejaarsavond. Hij gaf opdracht aan kolonel Harry Smith (later gouverneur Sir Harry Smith) om naar Grahamstown te vertrekken en een grensleger samen te stellen. Kolonel Smith vertrok te paard, vroeg de volgende morgen, en kwam zes dagen later in Grahamstown aan na een rit van honderd mijlen per dag met een gemiddelde snelheid, van begin tot eind, van veertien mijlen per uur, een buitengewone verrichting te paard.

 

De Britse regering deed in 1849 een poging om een strafkolonie in de Kaap te stichten echter toen het eerste schip, de Neptune aankwam in Simon’s Baai met 282 veroordeelden aan boord, weigerden de inwoners om ook maar iets te leveren aan degene die zaken deden met het schip. Als gevolg van de stringente naleving hiervan was er geen voedsel of wat dan ook beschikbaar voor zowel de veroordeelden als de troepen.

 

Tijdens de opstootjes die hierna ontstonden werd het huis van krantenredacteur John Fairbairn in Sea Point vernield door een menigte die hun baan hadden verloren als gevolg van de boycot. Uiteindelijk zegevierden de kolonisten en op 21 februari 1850 vertrok de Neptune naar Tasmanie. Als erkenning voor de inzet van C.B.Adderley, betreffende het verdedigen van het standpunt van de kolonisten in het Britse Lagerhuis, werd de naam van de hoofdstraat in Kaapstad veranderd in Adderley Street.

 

Een nieuw tijdperk

 

In 1840 kreeg Kaapstad een gemeentebestuur. Een liberale grondwet werd in 1853 aan Kaapstad toegewezen en het gekozen parlement kwam voor het eerst bijeen op 30 juni 1854. Op 28 november 1872 werd een geheel zelfstandige regering voor de Kaapse Kolonie afgekondigd middels een verklaring van Sir Henry Barkley, die in 1875 tevens de eerste steen voor het fundament van de huidige parlementsgebouwen legde.

 

De oude pier in 1900

 

Tijdens de tweede helft van de eeuw droegen het bouwen van spoorwegen, de opening van de binnenlandse diamant en goudmijnen, met hun veelvuldige en verstrekkende economische gevolgen, enorm bij tot de commerciele belangrijkheid van Kaapstad. De slaapwekkende nederzetting ontwaakte en begon enorm te groeien.

In 1863 werd een spoorlijn naar Stellenbosch en Wellington voltooid. Het ontdekken van diamanten, een aantal jaren later in het westen van Griqualand zorgde voor een verdere uitbreiding naar de verre diamantvelden. In 1885 net nadat Kimberley was bereikt bleken de goudvelden van de Witwatersrand een nog veel verder verwijderd doel.

 

de oude pier in Kaapstad, Zuid-Afrika  Binnen een tiental jaren na de opening van goudmijnen in het zuiden van Rhodesia werd de spoorbaan zelfs nog verder noordwaarts uitgebreid. Binnen een generatie was Kaapstad veranderd van een afmeerplaats bij de Tafelbaai tot een van de meest belangrijkste havens die een zich snel ontwikkelend binnenland ten dienste stond. Tijdens het midden van de 19th eeuw ontstond er een enorme noodzaak voor verbeteringen van de haven. De haven aan de Tafelbaai bestond uit slechts vier steigers en de in de baai voorkomende scheepswrakken vormden een sombere herinnering van    

het blootstaan aan de noordwestelijke stormen.

 

De stormen van 1857 en 1865 waren verantwoordelijk voor 24 scheepswrakken langs de Kaapse kust. Men begon met het werk in 1860 en het werd voltooid in 1870 toen de Alfred haven ingehuldigd werd door Prins Alfred. Het voltooien van de Robinson Graving haven twaalf jaar later gaf de scheepshaven de mogelijkheid om de grootste schepen van die tijd te repareren. Een uitbreiding van het werk aan de haven, tegen het einde van de eeuw, leidde tot de bouw van het buitenste Victoria basin en voorzag Tafelbaai van een ruime, moderne haven. De waterkant werd overwoekerd door een veelsoortige verzameling van bedrijven voor het drogen van huiden, wolbewerking, roken van vis, het maken van zeep en uiteraard botenbouw.

 

In Simon’s Town werden, naast de Selborne haven, nieuwe versterkingen gebouwd en de de kleine stad veranderde in een moderne marinebasis. De vraag naar verse producten van de boerderij zorgde ervoor dat de beschikbare, kostbare grond niet langer ongemoeid kon worden gelaten. Er werden boerderijen gesticht over de gehele Kaap waarvan zuivel en kippenboederijen het meeste voorkwamen, naast groente en bloemenkwekerijen.

 

Voor 1914 was Zuid Afrika hoofdzakelijk afhankelijk van het buitenland wat betreft de vervaardiging van de meest voorkomende, dagelijkse artikelen. Omdat deze geimporteerde producten gedurende oorlogstijden niet zo gemakkelijk beschikbaar waren zorgden de eerste en de tweede wereldoorlog voor de nodige stimulans om Zuid Afrikaanse industrien te ontwikkelen. Bovendien vonden na 1918, en specifiek na 1945, vele buitenlandse fabrikanten het economisch voordelig en verantwoord om nevenvestigingen in de Unie van Zuid Afrika op te richten. De uitbreiding van de buitenlandse handel maakte het bouwen van een nieuw, groter basin in de haven nodig. Echter de ontoereikheid om te kunnen voldoen aan de eisen, gesteld aan de haven, werden spoedig onderkend en plannen om het aan te passen en deel uit te laten maken van de huidige Ducan haven werden opgesteld zelfs voordat het nieuwe basin als zodanig was voltooid. De bouw van de Duncan haven, die in 1938 was begonnen, werd voortgezet en min of meer voltooid in 1945 toen de meer dan 350 meter lange Sturrock Graving haven werd geopend.

 

Oorlog & apartheid

 

De Zuid Afrikaners vochten in beide wereldoorlogen zij aan zij met hun bondgenoten, echter de oppositie tegen de Britse ondersteuning bleef onafgebroken bestaan. De tegenstanders van deelneming waren verreweg in de minderheid en een groot aantal blanken, van beide taalgroepen, namen vrijwillig deel alsmede degenen van gemengde afkomst. De Zuid Afrikaners vochten tijdens de eerste wereldoorlog in het Duitse, Zuid West Afrika (nu Namibie). Andere gebieden waar ze opereerden waren Oost Afrika en het westelijk gedeelte van Europa. Bij Delville Wood hielden 3152 Zuid Afrikaners stand ondanks enorme bombardementen en tegenaanvallen, slechts 755 overleefden ongedeerd. Tijdens de tweede wereldoorlog vochten de Zuid Afrikaners opnieuw tegen de Nazi’s in Oost Afrika, de westelijke woestijn en in Europa waar men zich met moeite een weg baande langs de ruggegraad van Italie tijdens een van de meest moeilijke veldtochten van de oorlog.

 

Gedurende de jaren tussen het vormen van de Unie van Zuid Afrika in 1910 en de historische parlementsverkiezingen van 1948 groeide Zuid Afrika uit tot een sterk geindustrialiseerde natie. De Nationale Partij won in 1948 onder leiding van D. F. Malan zijn eerste verkiezing en de machtstoename vormde het markante begin van het apartheidstijdperk. Voor het eerst kwamen de Afrikaners aan de leiding en wettelijke afscheiding, op basis van afkomst en ras, groeide uit tot de belangrijkste tendens van hun politiek.

 

De apartheid hield de economische groei van het land tegen. De wereld zonderde zich af en sancties brachten Zuid Afrika op hun knieen. Kaapstad leed enorm veel schade daar de schepen niet langer meer de haven aandeden maar simpelweg Kaapstad passeerden. Veel Kapenaars emigreerden naar andere delen van de wereld en namen zowel de vakkennis als hun bekwaamheden met zich mee, juist datgene wat een groeiende economie zo broodnodig heeft.

 

Tijden het laatste decennium hebben geweld en bloedvergieten het land naar een keerpunt van verzoening geleid. Als gevolg van de verkiezingen van 1994 werd de eerste zwarte staatspresident, Nelson Mandela ingehuldigd die een regering van nationale eenheid voorzat.

 

 

Online Formular für Anfragen, Reservierungen, Buchungen usw...

Bei Anfragen, bitte gewünschten Reisezeitraum und Anzahl der Personen angeben!

Name:
Straße: Ihre Fragen, Bemerkungen,Hinweise...
Ort:
E-Mail:
Telefon:
Objekt:
Code aus dem Bild eingeben:


neuen Code zeigen



INFO Telefon: +27-21- 975 3103 / Fax: +27-21- 975 3107
(Mo bis Fr von 09:00-17:00)